Fahad Mpomba: ‘Ik wil het halen, maar de taaleis is niet makkelijk’
Fahad Mpomba (24) kwam vier jaar geleden vanuit Oeganda naar Nederland. Hij woont in Den Bosch, volgt de Engelstalige mbo-opleiding International Business bij Summa en is lid van de Centrale Studentenraad.
Zijn dagen zitten vol: studeren, reizen, werken en ondertussen de Nederlandse taal leren. “Het is zwaar”, zegt hij. “Maar ik wil het wel leren. Het hoort erbij als je hier wilt blijven.” Om te voorkomen dat talentvolle studenten vastlopen op de verplichte taaleis in het mbo, pleit Summa voor nieuwe regels – de zogenoemde omkeerregeling – voor mbo-studenten voor wie Nederlands niet de moedertaal is.
Van Oeganda naar Brabant
Fahad kwam naar Nederland om een toekomst op te bouwen. In de beginperiode lag de focus op inburgeren en rondkomen. “Ik woon alleen met mijn moeder in Den Bosch. We moesten samen alles opnieuw opbouwen. Dan maak je keuzes die werken voor thuis en voor school.”
Hij pakte de taal snel op en kwam via zijn lessen zelfs kort bij de Universiteit van Tilburg terecht voor een intensief taaltraject. Dat bleek lastig te combineren met zijn situatie. Hij ging daarom op zoek naar een andere route die beter aansloot bij zijn leven in Nederland. Die vond hij bij Summa. “Ik wilde iets met business doen, maar had een opleiding nodig in het Engels zodat ik alles goed kon volgen. Dat vond ik hier.”
Studeren, reizen en werken
Fahad reist dagelijks met de bus en trein tussen Den Bosch en Eindhoven. Na school gaat hij vaak direct door naar zijn werk. “Ik werk bij TK Maxx, een winkel in kleding en woonartikelen. Daar probeer ik actief mijn Nederlands te oefenen. Ik vraag of ik bij de kassa mag staan, zodat ik met klanten kan praten. Ik vraag ook of mensen iets langzamer willen spreken.” Daarnaast kijkt hij Nederlandse televisie en praat hij zoveel mogelijk Nederlands met zijn vrienden. “Het helpt een beetje, maar het gaat niet snel.”
‘Die omkeerregeling moet er gewoon komen!’
Op het mbo is het afronden van Nederlands op 3F-niveau verplicht voor het diploma. Dat niveau is vergelijkbaar met het eindexamen Nederlands op havo-5. Fahad krijgt, naast zijn andere vakken, ook Nederlandse les. Maar die lessen variëren door het rooster van ongeveer één tot drie uur per week. Dat maakt het voor hem ook lastig om echt stappen te zetten. “Een taal leer je niet in een paar uur, daar heb je meer tijd voor nodig.”
Zijn klas is internationaal, met studenten uit onder meer Singapore, het Caribisch gebied, Finland, Polen, Roemenië, Mexico en het Verenigd Koninkrijk. “Niet iedereen zit op hetzelfde niveau. Sommigen zijn hier pas net. En toch moet iedereen hetzelfde niveau halen.”
Volgens Fahad is de huidige mbo-route voor deze groep studenten nauwelijks haalbaar. Hij merkt dat het niveau te hoog gegrepen is voor nieuwkomers, zeker als zij hun studie moeten combineren met werk en reizen. Ook vanuit zijn rol in de Centrale Studentenraad hoort hij deze signalen terug: “We hebben veel vakken: business, marketing, Engels. Aan het einde van de dag zit je hoofd vol. En dan moet je nog een taal leren op hoog niveau.”
Summa pleit voor de omkeerregeling
Om studenten zoals Fahad meer ruimte te geven, zet Summa zich samen met de MBO Raad, de ROC’s Mondriaan en Deltion College en Nuffic in voor de zogenoemde omkeerregeling. De regeling maakt het mogelijk dat buitenlandse studenten, voor wie Nederlands een nieuwe taal is, het vak Nederlands afronden op niveau 2F, als zij een andere taal – zoals Engels of Duits – op 3F-niveau afsluiten. Met niveau 2F kunnen studenten zich goed redden in de Nederlandse samenleving en op de werkvloer.
Blijven en doorgroeien
Fahad wil in Nederland blijven. “Ik hou van Den Bosch. Ik wil hier wonen en werken.” Daar hoort de taal bij. “Het is belangrijk om de taal te kennen van het land waar je woont.” Hij werkt daar elke dag aan, op school, op zijn werk en thuis. Met als doel om hier verder te bouwen aan zijn toekomst.
Lees ook het eerdere interview met Lena Sclifos over de impact van de Nederlandse taaleis op internationale mbo-studenten.